Overgangsrichtlijnen en bevorderingen

Voor de bevorderingen in de onderbouw gelden er normen per klas. Voor de bovenbouw heeft iedereen een individueel vakkenpakket en zijn de eisen voor bevordering wat anders geformuleerd. De behaalde resultaten worden steeds ingevoerd in het leerlingvolgsysteem ('Magister'). Dat rekent vervolgens steeds het zogenaamde voortschrijdend gemiddelde uit. Dus een tussenstand. De school verschaft inlogcodes waardoor te volgen is wat voor cijfers er in het leerlingvolgsysteem zijn opgenomen. Met de bevorderingsnormen er bij kun je dan zien of je nog goed op koers bent. In de bovenbouw krijgen de leerlingen overzichten van al hun afzonderlijke resultaten. Daarbij is er verschil tussen cijfers die ook al tellen voor het eindexamen en cijfers die een rol spelen bij de bevordering.

In de schoolgids staan al deze regelingen opgenomen. Als het rapport van de leerling aan de bevorderingsnormen voldoet, is de leerling bevorderd. In alle andere gevallen beslist de teamcoördinator op advies van de docentenvergadering.

Gerichte bevordering naar een andere afdeling is mogelijk aan het eind van het cursusjaar na advies van de vergadering.